Een zomerdag in NOHARA
- Kathalijn Vergeer
- Aug 13
- 4 min read

Een zomerdag in NOHARA
Over wat er ontstaat wanneer je het bekende even loslaat
Toen ik aan deze zomerse denkexpeditie begon, had ik eigenlijk geen idee waar ik uit zou komen. Ik wist alleen dat ik zes mensen wilde opzoeken die ieder op hun eigen manier mijn denken hadden beïnvloed: Pippi, Galileo, Einstein, Proust, Tesla en Darwin. Niet om hun ideeën nog eens uit te leggen, maar om te onderzoeken wat ik er vandaag, vanuit alles wat ik inmiddels heb meegemaakt en geleerd, opnieuw in zou kunnen zien.
Bij Pippi begon het met nieuwsgierigheid. Met de ruimte om iets nog niet te weten en er toch op af te stappen.
Galileo bracht me bij ontvankelijkheid: wat gebeurt er als je werkelijk durft te ontvangen wat zich aandient, ook wanneer het niet past bij het verhaal dat je al had?
Einstein bracht vervolgens een andere vraag naar boven. Want wat doe je wanneer je iets hebt gezien wat je oude werkelijkheid aan het wankelen brengt, maar je nog niet weet wat ervoor in de plaats komt? Waar houd je je dan aan vast?
Bij Proust merkte ik dat er daarna opnieuw iets nodig is: aandacht. Het vermogen om nog eens te kijken naar iets wat je dacht al te kennen en daardoor iets te zien wat je eerder over het hoofd zag.
Tesla bracht me bij wat er vervolgens tussen die waarnemingen kan gebeuren. Hoe verschillende ervaringen, ideeën of mensen elkaar kunnen raken en daardoor iets kunnen voortbrengen wat je vooraf niet had bedacht.
En Darwin liet me zien dat je er dan nog niet bent. Want wat ontstaat, kan op zijn beurt weer iets van je vragen. Soms moet niet alleen de situatie veranderen, maar ook jijzelf.
Terwijl ik die zes bewegingen zo naast elkaar begon te zien, kreeg ik steeds sterker het gevoel dat ik niet naar zes verschillende eigenschappen aan het kijken was. Ze leken iets met elkaar te maken te hebben. Niet als een stappenplan dat je netjes van nieuwsgierigheid naar aanpassingsvermogen kunt doorlopen, maar als kwaliteiten die elkaar voortdurend beïnvloeden. Soms begint iets met een vraag. Soms met iets wat je overkomt. Soms moet je eerst ergens houvast vinden voordat je werkelijk ontvankelijk kunt zijn. Soms zie je pas iets nieuws omdat je lang genoeg aandacht hebt gegeven aan iets wat je al dacht te begrijpen. En soms ontstaat er door een ontmoeting ineens een verbinding die je hele kijk op een vraagstuk verandert.
Dat herkende ik ook in mijn eigen werk. Als ik terugkijk naar wat ik de afgelopen jaren heb gemaakt, zie ik eigenlijk maar weinig dingen die ik ooit volledig van tevoren heb bedacht. De zoektocht naar mijn biologische moeder werd een verhaal, dat verhaal werd een TEDx-talk, de talk werd een boek, uit het boek ontstonden nieuwe vragen, Dodo en Didi kregen een plek, Samora ontstond in een heel andere context en later kwamen steeds meer van die beelden en ervaringen bij elkaar. Ook in opdrachten bij LEF, bij overheden en in organisaties merkte ik steeds opnieuw dat het interessantste niet gebeurde wanneer we vooraf precies wisten wat er moest ontstaan, maar wanneer we omstandigheden creëerden waarin mensen zelf iets konden ontdekken.
Daar zit voor mij inmiddels een belangrijk verschil. Ik ben steeds minder geïnteresseerd geraakt in het bedenken van de juiste oplossing en steeds meer in de vraag: wat moet er gebeuren voordat iets nieuws überhaupt zichtbaar kan worden?
Daarvoor is ruimte nodig. Niet de lege ruimte waarin niets gebeurt, maar ruimte waarin nog niet alles is ingevuld. Waar verschillende perspectieven naast elkaar mogen bestaan en je niet onmiddellijk hoeft te beslissen wat iets betekent. Waar je kunt onderzoeken, uitproberen, ontmoeten en opnieuw kijken. Waar je niet alleen op zoek bent naar een antwoord, maar ook bereid bent om te ontdekken dat de vraag zelf nog kan veranderen.
Ik zocht daar lange tijd geen naam voor. Totdat ik het woord Nohara tegenkwam. Het raakte iets wat ik al die tijd aan het proberen was te begrijpen: een ruimte tussen wat je kent en wat je nog niet kent. Niet als tussenfase waar je zo snel mogelijk doorheen moet, maar als een plek waar iets zich kan laten kennen wat je vooraf nog niet kon bedenken. Liminaliteit of tussenruimte wordt het ook wel genoemd.
NOHARA is voor mij ontstaan uit een zoektocht naar een nieuw houvast. Jarenlang was ik bezig met de vraag wat er nodig is wanneer het oude niet meer werkt, maar het nieuwe zich nog niet laat zien. Gaandeweg ontdekte ik dat steeds dezelfde kwaliteiten terugkwamen: nieuwsgierigheid, ontvankelijkheid, houvast, aandacht, resonantie en aanpassingsvermogen. Niet als eigenschappen die je eerst allemaal moet beheersen, maar als kwaliteiten die samen ruimte kunnen maken voor iets nieuws.En daar zit voor mij nog een laag onder.
NOHARA gaat niet alleen over hoe we ons kunnen bewegen in een veranderende wereld. Het komt ook voort uit een verlangen naar een andere wereld. Een wereld die we nog niet kennen en die we dus ook niet volledig kunnen bedenken vanuit de werkelijkheid waarin we nu staan.
Misschien is dat uiteindelijk wat deze zes zomerdagen mij hebben laten zien. Dat we niet altijd meer antwoorden nodig hebben, maar soms juist meer ruimte om samen te onderzoeken wat de werkelijkheid van ons vraagt en wat er daardoor kan ontstaan.
De zes denkers hebben voor mij samen een soort kompas gevormd. Geen route die je van A naar B brengt, maar een manier van kijken naar wat er gebeurt wanneer je het bekende even niet als eindpunt neemt.
Die ruimte heeft voor mij inmiddels een naam.
NOHARA.
En over hoe die naam, deze zes kwaliteiten en mijn verlangen naar een andere wereld bij elkaar zijn gekomen, vertel ik in de volgende blog meer.




Comments