top of page

Een zomerdag met Proust

  • Writer: Kathalijn Vergeer
    Kathalijn Vergeer
  • Aug 13
  • 3 min read

Na Galileo leerde ik iets over ontvankelijkheid. Soms verschijnt er iets wat je oude werkelijkheid aan het wankelen brengt. Niet omdat het er ineens is, maar omdat je het voor het eerst werkelijk ziet. Einstein bracht me vervolgens bij de vraag wat er gebeurt als je nog niet weet wat ervoor in de plaats komt. Waar houd je je aan vast terwijl je tussen weten en niet-weten beweegt?


Proust brengt me bij een andere beweging. Want als je eenmaal bereid bent om niet alles meteen te verklaren, en je kunt verdragen dat je iets nog niet weet, ontstaat er ruimte om opnieuw te kijken. Proust schreef: “The real voyage of discovery consists not in seeking new landscapes, but in having new eyes.” De echte ontdekkingsreis zit dus niet altijd in ergens anders naartoe gaan.


Soms moet je anders leren kijken naar iets waar je al honderd keer naar hebt gekeken. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar juist het bekende is moeilijk opnieuw te zien. Je partner, je kind, je werk, je lichaam, de organisatie waarin je werkt, jezelf. We maken er verhalen van en die verhalen helpen ons om de wereld hanteerbaar te maken. Maar ze hebben ook een keerzijde: op een gegeven moment kijken we niet meer echt. We herkennen. We weten al hoe iemand is, hoe een gesprek zal verlopen, waar een probleem vandaan komt en wat waarschijnlijk de oplossing zal zijn. Aandacht begint voor mij precies daar waar dat automatische weten even wordt onderbroken.


Ik merk dat bijvoorbeeld bij onze Jonas. Ik zie hem iedere dag. Ik weet hoe hij praat, wat hij leuk vindt, welke grapjes hij maakt en hoe hij reageert als iets niet mag. En toch zijn er momenten waarop ik ineens naar hem kijk en denk: wie ben jij eigenlijk aan het worden? Er is niets spectaculairs gebeurd. Hij is niet opeens een andere peuter. Ik heb alleen langer gekeken dan nodig was om hem te herkennen.


Misschien verandert aandacht daarom niet altijd datgene waarnaar je kijkt. Misschien verandert het vooral wat er voor jou zichtbaar in wordt.

Dat herken ik ook in mijn werk. In een groep kan een patroon al maanden aanwezig zijn. Iedereen voelt dat er iets schuurt, maar niemand benoemt het. Niet omdat het verborgen is, maar omdat mensen eraan gewend zijn geraakt. Tot iemand een andere vraag stelt, een stilte laat vallen of niet meteen meegaat in de gebruikelijke oplossing. Dan wordt ineens zichtbaar wat er al die tijd tussen mensen aanwezig was.


Dat vraagt van een begeleider iets anders dan een goed interventieplan. Je moet kunnen blijven bij wat er gebeurt zonder het onmiddellijk van betekenis te voorzien. Wie wordt stiller wanneer het gesprek moeilijker wordt? Wie neemt steeds het woord? Welke vraag wordt telkens omzeild? Waar ontstaat energie? Waar valt een stilte die eigenlijk iets vertelt?


Aandacht is daarmee voor mij geen concentratietechniek. Het is een manier om aanwezig te blijven lang genoeg om iets te kunnen ontmoeten wat je nog niet had gezien.


En misschien is dat precies waarom aandacht zo'n belangrijke voorwaarde voor verandering is. We denken bij verandering vaak dat er iets nieuws moet worden toegevoegd: een nieuw plan, ander gedrag, een interventie, een oplossing. Maar soms hoeft er niets nieuws bij. Soms moet iets wat er al is alleen eindelijk zichtbaar worden.


Een lichaam dat al langer signalen geeft. Een medewerker die zich langzaam terugtrekt. Een vraag die steeds opnieuw opduikt. Een kind dat op een andere manier aandacht vraagt. Een relatie waarin iets is verschoven zonder dat iemand precies kan zeggen wanneer.


De vraag wordt dan niet alleen: wat moeten we veranderen? Misschien begint het eerder met: waar kijken we niet meer naar omdat we denken dat we het al kennen?

Daarmee krijgt Prousts idee voor mij ook iets praktisch. Nieuwe ogen zijn niet alleen een metafoor voor persoonlijke ontwikkeling. Ze kunnen een manier zijn om onderzoek te doen. Om een gesprek te voeren. Om naar een organisatie te kijken. Om jezelf opnieuw te ontmoeten. Niet door steeds meer informatie toe te voegen, maar door je verhouding tot wat er al is te veranderen.


En dan gebeurt er iets interessants. Want als je werkelijk aandachtig kijkt, zie je niet alleen méér. Je begint ook verbanden te ervaren. Een opmerking raakt aan iets wat eerder gebeurde. Een persoon reageert anders dan je verwachtte en ineens begrijp je iets van een patroon. Een idee uit het ene domein resoneert met een ervaring uit een heel andere wereld.


Daar begint voor mij de volgende vraag.


Wat gebeurt er wanneer wat je aandachtig waarneemt niet op zichzelf blijft staan, maar iets anders in beweging brengt? Wanneer twee dingen elkaar raken en er iets ontstaat wat je niet had kunnen bedenken vanuit één van beide afzonderlijk?


Die vraag brengt me bij Tesla.


Niet meer alleen naar wat je kunt zien, maar naar wat er tussen dingen kan ontstaan wanneer ze elkaar raken. Naar resonantie. Naar de volgende zomerdag.


Comments


bottom of page