top of page

Een zomerdag met Einstein -Hoe blijf je bewegen tussen wat je weet en wat je nog niet weet?

  • Writer: Kathalijn Vergeer
    Kathalijn Vergeer
  • Aug 12
  • 4 min read
Tussen weten en niet weten
Tussen weten en niet weten

Einstein zei: “Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.” Ik moest daar deze zomer opnieuw aan denken. Niet zozeer omdat ik me afvroeg hoe verbeelding ons kan brengen, maar omdat ik me afvroeg wat je nodig hebt als je eenmaal ergens bent aangekomen waar je nog niet weet wat waar is.


Einstein kon zich een werkelijkheid voorstellen die anderen nog niet zagen. Hij hoefde niet eerst te weten dat iets waar was om het te kunnen onderzoeken. Dat vind ik fascinerend. Want tussen het moment waarop je iets vermoedt en het moment waarop je weet, zit een gebied waarin je nog nergens zekerheid over hebt. Je kunt niet terug naar hoe je ervoor dacht, maar je weet ook nog niet waar je uitkomt.


Ik heb dat gebied dit jaar van heel dichtbij leren kennen.


In februari was ik opnieuw zwanger na wederom een intensief vruchtbaarheidstraject. Bij de eerste echo was er iets zichtbaar, maar nog niet genoeg om te weten hoe de zwangerschap zich zou ontwikkelen. Er volgde een week waarin ik voortdurend tussen twee mogelijkheden in zat. Misschien was alles gewoon goed. Misschien niet. Ik wist het niet.


Dat niet-weten klinkt achteraf bijna neutraal. In werkelijkheid is het dat helemaal niet. Als iets belangrijk voor je is, wil je weten waar je aan toe bent. Je zoekt informatie, rekent, vergelijkt, hoopt, stelt vragen. Je probeert de werkelijkheid alvast een beetje vast te krijgen.


Maar soms laat de werkelijkheid zich niet vastpakken. Een week later bleek dat de zwangerschap niet levensvatbaar was. Ineens wist ik wat ik daarvoor nog niet wist. En toch bracht dat weten niet meteen houvast. Integendeel. Het ene weten maakte een hele nieuwe reeks vragen zichtbaar. Wat betekent dit nu? Hoe neem je afscheid van iets dat nog maar zo kort onderdeel van je leven was? Wat doe je met een toekomst die je al voorzichtig was gaan verbeelden?


Daar moest ik aan Einstein denken.


Niet omdat hij een antwoord heeft op zoiets persoonlijks. Juist niet. Maar omdat zijn manier van denken iets zichtbaar maakt over de ruimte tussen weten en niet-weten. Verbeelding stelt je in staat om voorbij het bekende te kijken. Maar zodra je daar bent, heb je iets nodig om je te oriënteren.


Misschien is dat waar houvast begint. Niet bij zekerheid. Zekerheid sluit iets af: dit is hoe het zit. Houvast doet iets anders. Het geeft je genoeg om een volgende stap te kunnen zetten terwijl je nog niet weet waar die stap toe leidt.


Tijdens die weken merkte ik hoe verschillend dat kan zijn. Soms was houvast heel concreet. Een gesprek. Een hand. Een arts die helder uitlegde wat er wel en niet bekend was. Soms was het juist iets kleins waar ik me aan vast kon houden terwijl de rest even niet te overzien was.


En soms was het helemaal geen antwoord. Dat vind ik achteraf misschien wel het belangrijkste. We zijn geneigd houvast te zoeken in iets dat zekerheid geeft. Een plan. Een verklaring. Een uitkomst. Maar wat als houvast juist kan bestaan zonder dat je het antwoord hebt? Dan wordt houvast geen anker dat je op dezelfde plek houdt. Het wordt eerder iets waarmee je kunt blijven bewegen.


Dat is ook wat ik interessant vind aan Einstein. Zijn verbeelding bracht hem buiten het bekende, maar hij verloor zich daar niet. Hij bleef vragen stellen, onderzoeken, terugkeren naar wat hij wist en opnieuw kijken naar wat hij nog niet wist. Hij had geen zekerheid nodig om verder te denken. Misschien is dat een onderschatte vorm van moed: kunnen blijven staan op een plek waar je nog geen sluitend verhaal hebt.


We willen vaak zo snel mogelijk van niet-weten naar weten. Ook in organisaties zie ik dat. Een vraagstuk wordt op tafel gelegd en vrijwel onmiddellijk zoeken we naar een oplossing, een besluit of een plan. Terwijl er soms eerst iets anders nodig is: het vermogen om even te blijven bij wat nog niet duidelijk is.


Niet omdat niet-weten een doel op zichzelf is. Maar omdat je anders het nieuwe al dichtzet voordat je hebt kunnen ontdekken wat het is.

Daarom vind ik houvast uiteindelijk iets anders dan vasthouden. Vasthouden probeert de werkelijkheid hetzelfde te houden. Houvast helpt je om je ertoe te verhouden wanneer die werkelijkheid verandert.


En misschien is dat precies de plek waar verbeelding en houvast elkaar raken. Verbeelding maakt het mogelijk om iets te zien wat er nog niet is. Houvast maakt het mogelijk om bij het nieuwe te blijven zonder meteen terug te vluchten naar wat je al kent.


Dat is voor mij de vraag die Einstein achterlaat: Hoe blijf je bewegen tussen wat je weet en wat je nog niet weet?


Niet om zo snel mogelijk een antwoord te vinden, maar om ruimte te houden voor wat zich daar misschien nog laat zien.


En daar ontstaat voor mij een volgende beweging. Want als je eenmaal hebt leren leven met het niet-weten, kun je opnieuw gaan kijken. Naar wat je dacht te kennen. Naar een verhaal dat je al honderd keer hebt verteld. Naar een plek, een mens, een herinnering, jezelf. Misschien verandert niet altijd wat je ziet. Misschien verandert vooral de manier waarop je kijkt.


Dat brengt me bij Marcel Proust en zijn gedachte dat de echte ontdekkingsreis niet alleen bestaat uit het zoeken naar nieuwe landschappen, maar ook uit het leren kijken met nieuwe ogen.


Daar begint aandacht.


Niet het vluchtige even opletten, maar lang genoeg bij iets blijven om te merken dat het zich opnieuw aan je kan laten kennen.


Wat gebeurt er als je morgen naar iets kijkt waar je vandaag al een mening over hebt — maar probeert te kijken alsof je het voor het eerst ziet?


Dat is de vraag die ik meeneem naar de volgende zomerdag.

Comments


bottom of page