Een zomerdag met Galileo — over ontvankelijkheid
- Kathalijn Vergeer
- Aug 12
- 5 min read

Galileo keek door een telescoop naar de hemel en zag iets wat hij daarvoor nog niet had gezien. De manen van Jupiter waren er natuurlijk al. Hij maakte ze niet. Hij ontdekte ze. Maar vanaf het moment dat hij ze zag, kon hij de hemel niet meer precies hetzelfde bekijken.
Daar zit voor mij iets wezenlijks in over kijken. Iets zien vraagt niet alleen om goede ogen of een goed instrument. Het vraagt ook om de bereidheid om te erkennen dat wat je ziet misschien niet past bij het beeld dat je al had.
Dat klinkt eenvoudig. In mijn eigen leven heb ik ervaren hoe moeilijk dat kan zijn.
Als ik terugkijk op mijn zoektocht naar mijn biologische moeder, vraag ik me soms af hoe het mogelijk is dat ik haar zo lang niet heb gezocht. Niet omdat India geen rol speelde in mijn leven. Integendeel. India was overal. Ik schreef erover, reisde er meerdere keren naartoe, verzon als kind verhalen over mijn afkomst en vroeg me af op wie ik leek. Ik keek naar de sterren en vroeg me af of mijn biologische moeder misschien naar dezelfde hemel keek.
Alles wees naar India, behalve ikzelf.
Dat vind ik achteraf misschien wel het meest bijzondere. Niet dat het verlangen er niet was, maar dat ik het lange tijd niet als verlangen hoefde te herkennen.
Ik had er een verhaal voor. Als ik ooit op zoek zou gaan naar mijn biologische moeder, zou ik haar misschien in gevaar brengen. Dus deed ik het niet. Het verhaal gaf me een reden om niet te hoeven kijken naar de vraag die daaronder lag: wat wil ik eigenlijk zelf?
Jarenlang kon ik die vraag buiten beeld houden. Totdat er iets veranderde. Na mijn burn-out kwam er ruimte. Tijdens een reis naar India, in gesprekken, door ontmoetingen en soms door kleine toevalligheden begon iets zich opnieuw aan te dienen. Niet als een helder antwoord, maar als een verlangen dat steeds moeilijker te negeren werd.
Tot iemand mij op een dag een vraag stelde die ik nog nooit eerder had gehoord:
Mag je van jezelf niet aan je biologische moeder denken?
Die vraag deed iets.
Niet omdat iemand mij vertelde wat ik moest voelen. Juist niet. De vraag maakte ruimte voor iets wat er al was, maar waar ik zelf nog niet werkelijk naar keek.
Een paar maanden later zei ik in India voor het eerst hardop:
Ik denk steeds vaker aan haar.
Meer zei ik eigenlijk niet. Maar er was iets veranderd. Het verlangen was niet ontstaan op het moment dat ik het uitsprak. Het kreeg op dat moment alleen voor het eerst bestaansrecht. Misschien is dat voor mij de kern van ontvankelijkheid: niet iets nieuws bedenken, maar werkelijk kunnen ontvangen wat zich aandient.
Dat is iets anders dan nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid vraagt: wat is daar? Ontvankelijkheid vraagt iets moeilijkers: kan ik toelaten dat wat daar is, ook iets met mij doet?
Want zodra je iets werkelijk ziet, kun je het niet altijd meer terugstoppen in het verhaal dat je daarvoor had.
Dat zie ik ook in mijn werk. Mensen zijn vaak helemaal niet onwillig om iets nieuws te onderzoeken. Ze zijn betrokken, deskundig en hebben volop ideeën. Maar we kijken allemaal vanuit een bepaald kader. We hebben ervaringen, overtuigingen, aannames en verhalen die bepalen wat we opmerken en wat we nauwelijks registreren.
Tot er iets tussendoor komt.
Een gesprek met iemand die je normaal niet spreekt. Een ervaring die je niet had gepland. Een vraag waarop je geen antwoord hebt. Iemand die anders reageert dan je verwachtte. Een verhaal dat schuurt met wat je dacht te weten. Dan ontstaat er een keuze. Je kunt het nieuwe zo snel mogelijk vertalen naar wat je al kent. Oh, dit betekent dus eigenlijk gewoon... En daarmee is de rust hersteld.
Of je kunt het even laten staan.
Dat tweede vraagt iets van je.
Je moet je eigen verhaal tijdelijk minder stevig vasthouden. Niet omdat het per definitie verkeerd is, maar omdat je nog niet weet of het hele verhaal klopt.
Dat is misschien wel waarom ontvankelijkheid voor mij niet hetzelfde is als openstaan voor alles. Het is geen kwestie van je oordeel uitschakelen of alles wat zich aandient meteen aannemen. Het gaat erom dat je niet te snel beslist wat iets betekent.
Galileo had zijn telescoop nodig om verder te kunnen kijken dan het blote oog. Maar het interessante zat niet alleen in het instrument. Het zat ook in zijn bereidheid om serieus te nemen wat er doorheen zichtbaar werd.
Want de wereld veranderde niet op het moment dat Galileo de manen van Jupiter zag.
Zijn beeld van de wereld veranderde.
En dat is misschien precies wat er in mijn eigen verhaal gebeurde. Mijn biologische moeder verscheen niet opeens in mijn leven omdat ik haar bedacht had. Het verlangen naar haar was er al veel langer. Wat veranderde, was mijn verhouding ertoe. Ik kon het eindelijk ontvangen als iets wat er mocht zijn.
Daarna kwam er beweging. Mensen hielpen mee. Namen werden gevonden. Archieven werden geopend. De ene ontmoeting maakte de volgende mogelijk. Uiteindelijk stond ik oog in oog met de vrouw die mij ter wereld had gebracht.
Ook daarna bleef de werkelijkheid zich ontvouwen op manieren die ik vooraf niet had kunnen bedenken.
Als ik erop terugkijk, herken ik steeds beter hoe zo'n beweging werkt. Eerst is er iets wat zich aandient. Dan moet je het kunnen zien. Maar daarna komt misschien de moeilijkste stap: je moet bereid zijn om je beeld van de werkelijkheid mee te laten bewegen.
Dat is voor mij ontvankelijkheid.
Niet alles binnenlaten. Niet overal in meegaan. Maar genoeg ruimte maken om iets wat je nog niet begrijpt niet meteen weg te verklaren. Misschien had Galileo daarom niet alleen een goede telescoop nodig. Hij had ook de bereidheid nodig om zijn blik te laten veranderen door wat hij zag.
En misschien geldt dat voor ons net zo
.
We vragen vaak: wat moeten we anders doen? Maar misschien begint het soms eerder. Wat is er al zichtbaar, maar past het nog niet in het verhaal dat je over jezelf, een ander of de werkelijkheid vertelt? En wat gebeurt er als je het deze keer niet meteen probeert te verklaren, maar het gewoon even laat bestaan?
Dat is de vraag die ik meeneem naar de volgende zomerdag.
Want als je eenmaal iets hebt gezien wat je oude werkelijkheid aan het wankelen brengt, ontstaat een volgende vraag:
Waar houd je je dan aan vast, terwijl je nog niet weet wat ervoor in de plaats komt?
Die vraag brengt me bij Einstein.




Comments