top of page

Een zomerdag met Pippi, een doos verf en nieuwsgierigheid

  • Writer: Kathalijn Vergeer
    Kathalijn Vergeer
  • Aug 12
  • 4 min read

Updated: Aug 13


Deze zomer neem ik mezelf mee op een kleine denkexpeditie. Zes zomerdagen, zes mensen die op een of andere manier iets in mijn denken hebben losgemaakt. Niet om hun ideeën opnieuw uit te leggen, maar om te kijken wat er gebeurt als ik er zelf een vraag achteraan zet. Einstein bracht me bij verbeelding en de omstandigheden waarin die kan ontstaan. Pippi brengt me vandaag bij nieuwsgierigheid.


En eigenlijk begon dat met een doos acrylverf.


Die stond al een tijdje boven in de kast. Een paar keer had ik gedacht: ik zou gewoon eens lekker willen schilderen. Maar blijkbaar was dat niet genoeg om het ook te gaan doen. Er was altijd wel iets anders. Werk, schrijven, afspraken, het gewone leven. Bovendien had ik nog nooit met acrylverf gewerkt en had ik geen idee of ik überhaupt kon schilderen.


Tot er een zomerdag kwam waarop er even niets hoefde.


Vakantie, de tuin, mooi weer, een paar lege uren. Ik haalde de doos naar beneden, legde een leeg vel op tafel en begon. Niet omdat ik opeens wist wat ik wilde maken, maar juist omdat ik dat niet wist. Ik hoefde nergens naartoe met het schilderij. Het hoefde niet mooi te worden. Er was geen opdrachtgever, geen publiek en geen resultaat dat aan het eind van de middag af moest zijn.

Ik moest denken aan Pippi Langkous: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.


Wat ik zo leuk vind aan die gedachte is dat Pippi het onbekende niet eerst probeert op te lossen. Ze wacht niet tot ze weet hoe iets moet. Ze maakt haar gebrek aan ervaring ook niet belangrijker dan haar nieuwsgierigheid. Ze begint.

Dat klinkt simpel, maar hoeveel dingen beginnen we eigenlijk niet omdat we vooraf al allerlei redenen hebben waarom het misschien niet lukt? We moeten eerst weten hoe het werkt. Eerst ervaring hebben. Eerst een cursus volgen. Eerst zeker weten dat het ergens toe leidt. En voor je het weet is de nieuwsgierigheid verdwenen onder alles wat eerst geregeld moet worden.


Die middag was dat anders. De verf stond klaar. Ik had tijd. Niemand verwachtte iets van me. Ik mocht een beginner zijn zonder dat dat ergens een probleem van maakte. Daardoor werd iets wat al een tijdje in mijn hoofd zat opeens concreet: ik ging schilderen. Misschien is dat wel een interessantere manier om naar nieuwsgierigheid te kijken. Niet als een karaktereigenschap die sommige mensen meer hebben dan anderen, maar als iets dat afhankelijk is van wat er om je heen gebeurt.


Nieuwsgierigheid heeft ruimte nodig. Niet per se veel ruimte, maar wel genoeg om ergens achteraan te kunnen gaan zonder meteen te weten waar je uitkomt.

Zet iemand midden in een volle vergaderzaal, geef twintig minuten, een ingewikkelde vraag, een hiërarchische tafel en de opdracht “denk eens out of the box”, en de kans is groot dat er vooral een iets creatievere versie van het bekende uitkomt. Geef diezelfde mensen een andere plek, een andere vraag, tijd om te dwalen, iets om mee te spelen, iemand die een onverwachte vraag stelt of een ervaring die hun gewone manier van kijken doorbreekt, en er kan iets anders gebeuren.


Dat was precies wat er met mijn schilderij gebeurde.


Ik begon met de KALA-kleuren: rood, geel, blauw, paars. De eerste bewegingen waren stevig en behoorlijk uitgesproken. Daarna werd het zachter. Kleuren begonnen elkaar te raken, over elkaar heen te lopen en zich met elkaar te vermengen. Op een gegeven moment was ik niet meer bezig met bedenken wat ik wilde maken. Ik keek naar wat er gebeurde en reageerde daarop.

En toen ontstond er iets wat ik vooraf niet had bedacht.


Dat vind ik misschien nog interessanter dan het schilderij zelf. Het lege vel was niet gevuld met een plan dat ik had uitgevoerd. Het was veranderd doordat ik begon, keek, reageerde en opnieuw iets toevoegde. Het ene bracht het andere voort.

Daar zit voor mij een belangrijke vraag onder nieuwsgierigheid. Hoe vaak proberen we iets nieuws te bedenken, terwijl we misschien eerst omstandigheden moeten creëren waarin we iets nieuws kunnen tegenkomen?


Een onverwacht gesprek. Een wandeling zonder bestemming. Een boek dat een gedachte losmaakt. Een andere vraag aan dezelfde mensen. Een spel. Een reis. Een middag waarop je nergens hoeft te zijn. Een doos verf die al weken boven ligt.

Je weet niet vooraf wat het oplevert. Dat is precies het punt.


En misschien is dat ook waarom ik het schilderij uiteindelijk gewoon heb laten zien. Ik had nog steeds geen idee of ik kon schilderen en het was al helemaal niet de bedoeling om ineens kunstenaar te worden. Ik vond het gewoon leuk om iets te proberen wat ik nog nooit had gedaan. En kennelijk mocht het resultaat er ook zijn zonder dat ik eerst hoefde te bepalen of het goed genoeg was.


Dat vind ik een mooie kant van nieuwsgierigheid: je hoeft jezelf niet voortdurend groter te maken om iets nieuws te onderzoeken. Soms wordt de wereld interessanter zodra je jezelf even niet vraagt om ergens goed in te zijn.

Je hoeft alleen maar te merken dat er iets is waar je nieuwsgierig naar bent.

En vervolgens te kijken wat er gebeurt als je de omstandigheden verandert.

Voor mij was dat deze keer heel eenvoudig: vakantie, tuin, verf en tijd.


Maar misschien is de interessantere vraag voor iedereen anders:

Welke doos staat er bij jou al een tijdje boven in de kast?

Niet letterlijk misschien. Maar wat is datgene waarvan je af en toe denkt: daar zou ik eigenlijk eens iets mee willen doen — en welke omstandigheden zouden ervoor zorgen dat je er deze zomer daadwerkelijk aan begint?


De volgende zomerdag brengt me bij Galileo.

Daar verandert de vraag opnieuw. Want wat gebeurt er als je niet alleen iets nieuws ontdekt, maar ontdekt dat de werkelijkheid die je dacht te kennen helemaal niet klopt?


Wat als het beeld dat je van de wereld hebt, opeens niet meer houdbaar is?

En wat verschijnt er dan?

Comments


bottom of page